Duivensport
Duivensport is een sport die bestaat uit het racen met duiven in wed(strijd)vluchten. Een belangrijk onderdeel is het kweken en trainen van postduiven . De winnaar is de eigenaar (duivenmelker) van de duif die het snelst de afstand tussen losplaats en duivenhok heeft afgelegd.
Postduiven
Een getrainde postduif kan over grote afstand, en zelfs na jaren nog zijn hok terugvinden. Vroeger werd zo post verstuurd: Een dun en klein papiertje werd beschreven met enkele regels, en dit werd om de poot bevestigd. Na het loslaten ging de duif terug naar zijn hok, waar dat bericht gelezen kon worden. Het was dus alleen mogelijk om berichten te versturen naar het thuishok van een
getrainde duif. Door verschillende postduiven van verschillende locaties mee te nemen kon men berichten naar meerdere plaatsen sturen. Dit was vroeger een zeer snelle manier van communicatie. Pas met telegrafie en later met de telex kwamen nog snellere communicatiemiddelen , die natuurlijk ook veel betrouwbaarder waren.
Duiven hobby
Voor veel mensen is het nog steeds een mooie hobby . De sport kent wel, net als de vinkensport , een groeiende vergrijzing. Ook is het een manier om aan (klein)kinderen respect en bewondering voor de natuur en de duivensport aan te leren. Gemeentes maken het, zeker in nieuwbouwwijken, bijna onmogelijk om de sport nog te beoefenen. Mede hierdoor is de duivensport in Nederland en België op
zijn retour. In het voormalig Oostblok en in Azië is de sport echter flink groeiende. Daarnaast is het, zij het steeds minder, ook een gokspel : De eigenaars kunnen op hun eigen duiven geld inzetten. Hierbij speelt de te verwachte prestatie van een duif uiteraard een grote rol. Om veel geld gaat het hierbij al lang niet meer. Gedacht moet worden aan hoofdprijzen van tientallen
euro's. Uitzonderingen daargelaten.
Registratie
Bij het inkorven voor een wedstrijd worden tegenwoordig 2 soorten ringen gebruikt, afhankelijk van hoe de aankomsttijd wordt vastgesteld:
- De klassieke methode: Hierbij wordt elke duif met een ringtoestel voorzien van een gummiring , die bij aankomst van de duif in de klassieke duivenklok ( constateur ) wordt gestopt.
- De elektronische methode: Met het elektronisch constateren heeft de duif een chipring om zijn poot, die bij aankomst een signaal geeft aan de antenne van de elektronische duivenklok.
Snelheidsbepaling
De snelheid van de duif varieert -afhankelijk van windrichting en weersgesteldheid- van 60 tot 120 km per uur. De vliegsnelheid -die bepalend is voor het klassement- wordt berekend aan de hand van vertrektijd, aankomsttijd en vliegafstand. (De vliegafstand wordt berekend aan de hand van de coördinaten ( lengte - en breedtegraad ) die door een officiële landmeter
werden vastgesteld; die zijn dus voor elk hok verschillend.) Met ingang van 2006 worden de afstanden tussen losssingsplaats en thuishok van de duif bepaald d.m.v. GPS-coördinaten. Hierdoor zijn de afstandsbepalingen veel nauwkeuriger, wat de competitie tussen de duivenliefhebbers, ten goede komt.
Leeftijdsklassen
De duiven worden ingedeeld in leeftijdsklassen (jonge duiven, jaarlingen (soms) en oude duiven). Eventueel wordt er zelfs nog onderscheid gemaakt naar geslacht: doffers (m) of duivinnen (v).
Inkorving van duiven
Bij een inkorving worden dieren van verschillende duivenmelkers samengezet in korven (die voorzien zijn van drinkflessen en eetbakjes) en op een vrachtwagen naar een zuidelijk gelegen bestemming gebracht. Door de stress van de inkorving en het transport en het contact met andere dieren, kunnen ze elkaar besmetten met ziekten als duivenpokken , het geel en
coccidiose . Bij hun thuiskomst worden ze dan ook goed verzorgd en soms preventief behandeld (wat dan weer een gevaar inhoudt voor resistentievorming bij deze ziekteverwekkers).
Lossen
De vrachtwagenchauffeur wacht op de losplaats tot een vooraf afgesproken uur om alle duivenmanden zo gelijktijdig mogelijk open te maken. Als de weersomstandigheden op het vliegtraject slecht zijn, kan beslist worden om het lossen uit te stellen, of -in een uiterste geval- de dieren veel dichter bij huis te lossen.
Afstanden
De uiterste afstand die een duif in één dag kan afleggen, bedraagt ongeveer 800 km; sommige vluchten kunnen dan ook twee dagen duren. Men onderscheidt zo vier groepen wedstrijden:
- afstand tot 300 km ( vitesse )
- van 300 tot 500 km ( midfond of halve fond )
- van 500 tot 700 km ( dagfond )
- van 700 tot 1300 km ( overnachtfond )
Aan de hand van oefenvluchten en de prestaties van verwante duiven, weet de duivenmelker over welke afstanden zijn duiven best vliegen.
Duiven Training
Een jonge postduif zal eerst zelf in de omgeving van het duivenhok rondvliegen en ze zo leren kennen. Daarna kan ze getraind worden door ze op slechts enkele kilometers te lossen. Als er oudere duiven tegelijkertijd worden losgelaten, kan de jonge duif gewoon meevliegen, maar ook alleen kan de jonge duif haar weg terugvinden.
Na lossing vliegt de duif een paar rondjes voor haar oriëntatie. Vervolgens vliegt ze de goede richting op. Daarbij vliegt hij bij voorkeur over land, en niet over water. Een duif kan zich ook best vergissen, maar zal dan via een omweg toch vaak de weg naar huis terugvinden.
Zelfs over een afstand van 1000 kilometer of meer kan de postduif de weg terugvinden naar zijn hok. Bij zulke grote afstanden moet de postduif dan ook nog ergens overnachten.
Prestatieverbetering
- Een veel toegepaste methode om een zo groot mogelijke prestatie van de duif af te dwingen staat bekend onder de naam weduwschap : de doffer wordt in de week vóór de competitie van de duivin gescheiden; doordat hij uit ervaring weet dat hij bij aankomst de vrouwtjesduif in het nest zal vinden, wordt zijn prestatieniveau verhoogd.
- Een andere manier is op nest spelen: het scheiden van de ouderduiven van het nest met jongen op het moment dat de andere ouder niet aanwezig is. De duivin of de doffer denkt dat haar/zijn jongen zonder voedsel en bescherming zitten en zal zich vlug terug naar het hok haasten.
- Daarnaast speelt natuurlijk een goede conditie van de duif, afwezigheid van ziekten en een goed voeding een grote rol. Dit is dan ook een markt voor slimme verkopers die voedingssuplementen , pikstenen , pseudo-geneesmiddelen, en dergelijke aan goedgelovige duivenmelkers trachten te verkopen.
Achterblijvers
Helaas blijven na zulke vluchten (wedstrijd- en oefenvluchten) ook dieren verdwaald achter. Deze achterblijvers (in jargon: opvangers) komen vaak bij andere liefhebbers op het duivenhok terecht. Zo'n liefhebber neemt contact op met de eigenaar en in overleg wordt gezocht naar een oplossing. Het telefoonnummer van de eigenaar kan worden gevonden via de site van de Nederlandse Postduivenhouders
Organisatie (NPO)(www.npo.nl). Vaak is een duif na een paar dagen te zijn verzorgd op het 'gasthok' zelf in staat om de weg naar het eigen hok weer te vinden. Verdwaalde postduiven moeten niet worden verward met stadsduiven.
Stadsduif
Stadsduiven stammen af van een soort duif dat in de middeleeuwen werd gehouden in duiventorens. Deze werden met name voor de mestproductie gehouden. In de stad vinden deze afstammelingen (als stadsduif ) voldoende voedsel en schuilplaatsen. Hun uitwerpselen zorgen voor overlast, schade aan gebouwen en onhygiënische situaties (vandaar de bijnaam "de gevleugelde rat").
Daarom worden in Vlaanderen sinds 2005 duiventorens geplaatst om de wilde stadsduiven-populatie binnen de perken te kunnen houden met chemische sterilisatie .
top
|